Inleiding | Drieëenheid | Kruisiging | Engelen | Schepping | Zondeval | Zondvloed | Visioenen
 
Visioenen, apostelen en valse profeten
Orosius: Quot sunt genera visionum? Orosius: Hoeveel soorten van aanschouwing bestaan er?
Agustinus: Tria. Prima visio est corporalis, secunda spiritualis, tercia intellectualis. Corporalis visio est cum ea que oculis corporeis videmus, repente discernimus. Spiritualis vero cum ymagines eorum que videmus in memoriam condimus. Intellectualis nempe cum ea que corporaliter videmus, eciam ymaginaliter in memoria retinemus et intellectu discernimus. Intellectu igitur discernimus quod illud sit corpus, illud dissimilitudo corporis [PL: illud similitudo corporis]. Hunc quoque intellectum bestie et pecora atque omnia volatilia nullatenus habent, vident et ipsa per corpus et eorum que videntur ymaginaliter species [sic PL; ms: specie] formatur. Unde et pecora presepia cognoscunt [PL: recognoscunt] et aves ad nidos suos redeunt. Sed nec [PL add.: se] ipsa intelligunt que sint nec illa que oculis cernunt.
Postremo corporalis visio sine spirituali esse non potest. Statim igitur ut avertimus oculos ab eis que videmus, ymagines eorum que videmus in memoria retinemus.
Spiritualis vero visio sine corporali esse potest. Unde absentes homines recordamur, et in tenebris ea que vidimus [sic PL; ms: videmus] ymaginaliter cernimus.
Intellectualiter nempe nec corporali indiget nec spirituali. Intellectu nec corpus videmus neque ymaginem corporis. Per hanc quippe videtur [sic PL; ms: Sed hunc quippe verba]: iusticia, caritas, ipse Deus, ipsa mens hominis, que nullum corpus habet, nullam similitudinem corporis. Ob id et [f. 290r] raptus fuerat appostolus Paulus ad tercium celum idest ad intellectualem visionem ut Deum non per corpus, non per similitudinem corporis, sed sicut est ipsa veritas cerneret. Tercium igitur celum est tercium visionum genus de quo loquimur. Adhoc profecto provenerat Paulus ut Deum sic in ista visione [PL: in ista vita] videret sicut sancti post hac vitam videbunt.
Augustinus: Drie. Het eerste soort aanschouwen is het lichamelijke, het tweede het geestelijke, het derde het verstandelijke. Het lichamelijk aanschouwen is wanneer we dat wat we met onze lichamelijke ogen zien, opeens duidelijk onderscheiden. Het geestelijk aanschouwen daarentegen is wanneer we de beelden van dat wat we in onze herinnering zien opbouwen. Verstandelijk aanschouwen is natuurlijk wanneer we iets wat we lichamelijk zien, als beeld in herinnering houden en met ons verstand onderscheiden. Met ons verstand onderscheiden we dus dat het ene een lichaam is en het andere juist niet [PL: het andere op een lichaam lijkt]. Dit verstand hebben wilde beesten en vee en al het gevogelte helemaal niet, zij zien lichamelijk en van dat wat ze zien wordt een beeld [species] gemaakt in hun geest. Vandaar dat het vee de kribbe kent en vogels naar hun nesten terugkeren. Maar ze begrijpen zelf niet wat ze zijn, noch dat wat ze met hun ogen onderscheiden.
Het lichamelijk aanschouwen kan zonder het geestelijke niet bestaan. Zodra we immers onze ogen afwenden van die dingen die we zien, houden we de beelden van de dingen die we zien in onze herinnering vast.
Het geestelijk aanschouwen daarentegen kan wel zonder het lichamelijke bestaan. Vandaar dat we ons mensen herinneren die afwezig zijn, en in het donker de dingen die we hebben gezien in onze verbeelding onderscheiden.
Voor het verstandelijk aanschouwen is noch het lichamelijke noch het geestelijk aanschouwen nodig. Met ons verstand zien we noch een lichaam, noch het beeld van een lichaam. Daarmee zien we namelijk: rechtvaardigheid, naastenliefde, God zelf, de menselijke geest zelf, die geen lichaam heeft, noch op een lichaam lijkt. Het was ook op deze manier [f. 290r] dat de apostel Paulus meegevoerd werd naar de derde hemel [2 Cor. 12: 2-4], dat wil zeggen naar het verstandelijk aanschouwen, zodat hij God niet via een lichaam waarnam, noch via een gelijkenis met een lichaam, maar zoals de waarheid zelf is. De derde hemel is dus het derde soort van aanschouwen waarover wij praten. Paulus wist dit niveau te bereiken toen hij in zijn visioen God zó zag, zoals de heiligen hem na dit leven zouden zien.
Orosius: Quot genera sunt appostolatus, quale nomen sit appostolus, volo cognoscere. Orosius: Ik wil graag weten hoeveel soorten apostelschap er zijn en wat "apostel" betekent.
Agustinus: "Appostolus" interpretatur "missus". Appostolorum sunt genera quatuor: a Deo; a Deo et per hominem; et per hominem tantum; et ex se. A Deo enim missus est Moyses. A Deo et per hominem sicut Ihesu nativitate [PL: Jesus Nave; ms: Ihesu nave]. Per hominem tantum sicut nostris temporibus multi fatui vulgo in sacerdocium surrogati sunt. Ex se tantum sicut sunt pseudoprophete. Augustinus: "Apostel" betekent "gezondene". Er zijn vier soorten apostelen: [gezonden] door God; door God en via een mens; alleen via een mens; en uit zichzelf. Door God gezonden werd Mozes. Door God en via een mens bijvoorbeeld met de geboorte van Jezus. Alleen via een mens bijvoorbeeld zoals in onze tijd veel onnozel volk in het priesterambt wordt verkozen. En uit zichzelf bijvoorbeeld pseudoprofeten.
Orosius: Quomodo possumus scire qui mittantur a Deo? Orosius: Hoe kunnen we weten wie door God zijn gezonden?
Agustinus: Illum cognoscimus missum a Deo quem non paucorum hominum laudacio vel adulacio elegit, sed pocius illum qui et vita optima et apricorum examine sacerdotum vel eciam qui universorum iudicio comprobatur; qui non appetit preesse; qui nec peccuniam dat ut episcopatus honorem acquirat. Nam de eo qui preesse festinat, quidam patrum eleganter expressit: Sciat se non esse episcopum qui preesse desiderat, non prodesse. Augustinus: We kennen diegene als gezonden door God die niet uitgekozen is door de lof en de bewondering van een paar mensen, maar veeleer degene die en door een zeer goed leven en na onderzoek van verlichte geesten tot priesterschap wordt gekozen, of hij die door het oordeel van iedereen wordt goedgekeurd; die niet ernaar verlangt om aan het hoofd te staan; die geen geld uitdeelt om maar tot bisschop te worden verkozen. Want voor wie zich haast om de leiding te krijgen geldt wat een van de kerkvaders zo elegant formuleerde: Hij die de voorste wil zijn in plaats van van voordeel te zijn, weet dat hij geen bisschop is.
[Die elegant formulerende kerkvader is Augustinus zelf: Possumus dicere, ut intellegat non se esse episcopum, qui praeesse dilexerit, non prodesse -- De Civitate Dei XIX, XIX.]
Explicit Einde
Epimedium

29 augustus 2001
Herzien op 19 februari 2002
Tekst © Maarten Arends